Top 5 problemen van de kwetsbare 17-plusser

Interview Anita van de Loo,

ambulant hulpverlener JIP

Anita van de Loo, ambulant hulpverlener:

“Op hun 18e krijgen ze het stempel ‘volwassen’, maar dat zijn ze nog lang niet”, zegt Anita van Loo, ambulant hulpverlener bij Bijzonder Jeugdwerk. Zij begeleidt vastgelopen jongeren vanuit het Jongeren Inloop Punt (JIP) in Helmond. Ze geeft een top 5 van de problemen waarmee deze jong-volwassenen (tussen 17 en 27 jaar) te maken hebben.

Top 5

1. Huisvesting

2. Werk en dagbesteding

3. Financiën

4. Sociaal netwerk

5. Mentale gesteldheid

1. Huisvesting

De meeste probleemjongeren willen vanaf hun 18e het liefst op zichzelf wonen. Vaak is er geen stabiele thuisbasis. Ze willen weg van huis, want hun ouders hebben zelf ook problemen. Ze logeren overal en nergens, zwerven op straat.


“De meeste jongeren hebben geen idee hoe ze ‘t moeten aanpakken”, zegt Anita. “De sociale huurmarkt is krap: er reageren soms meer dan 400 mensen op 1 advertentie. En wie zit er te wachten op een huurder met multi-problematiek? De gewone kamerprijzen zijn torenhoog, die kunnen ze niet betalen. En je kunt deze doelgroep ook niet zomaar in een huis zetten met andere kwetsbare jongeren.


Ondanks onze goede relatie met de woningcorporaties, blijft huisvesting probleem nr. 1. Soms kunnen we jongeren via de Wmo aan een woning helpen. Wij proberen hen in ieder geval aan een inschrijfadres te helpen, zodat een uitkering of toeslag kan worden aangevraagd. Ook leren wij jongeren hoe je moet reageren op een woningadvertentie, we gaan mee naar gesprekken en zorgen dat ze hun papieren op orde hebben.”

2. Werk en dagbesteding

Werkloosheid staat bij de doelgroep met stip op 2. “Deze 18-plussers hebben vaak een CV vol gaten, onafgemaakte opleidingen en mislukte baantjes. De meeste jongeren die we begeleiden zijn echt wel gemotiveerd om te werken. Maar het ontbreekt ze aan zelfvertrouwen en vaardigheden om zich goed te presenteren. Ook werk houden is vaak een probleem. Bedenk maar hoe lastig het is om je op je werk te concentreren als je geldzorgen hebt of geen stabiele woonsituatie. Deze jongeren hebben privé al zoveel problemen, dat ze snel afhaken als er op werkgebied iets tegenzit. Daarom pakken we hun problemen altijd integraal aan.”


Bijzonder Jeugdwerk heeft diverse medewerkers opgeleid om deze jongeren in en naar werk of school begeleiden. Met positieve resultaten. Steeds meer jongeren hebben een baan of gaan weer naar school.

"Je wil niet weten hoeveel van deze jongeren bijna niemand hebben om op terug te vallen." - Anita van de Loo

3. Financiën

Op de derde plaats staan financiële zorgen. “Tegen je 18e levensjaar moet je veel dingen zelfstandig regelen: een DigiD aanvragen, zorgverzekering afsluiten, zorgtoeslag aanvragen,  tegemoetkoming studiekosten of een uitkering. Dat is knap ingewikkeld, zelfs voor de gemiddelde burger. Deze jongeren hoeven vaak niet te rekenen op hulp van hun ouders. En dan gaat ’t al snel mis. Veel schulden ontstaan doordat jongeren hun maandelijkse zorgpremie vergeten te betalen of omdat ze niet weten op welke regelingen ze recht hebben. Ook krijgen ze op hun 18e veel meer vrijheden dan ze aankunnen. Ze mogen bijvoorbeeld een auto op hun naam laten zetten of een creditkaart aanschaffen, terwijl ze amper met geld kunnen omgaan. Daarnaast zien we veel jongeren in de problemen komen doordat ze hun baan kwijt raken en hun uitgavenpatroon niet snel genoeg kunnen aanpassen. Ze schamen zich en vragen te laat om hulp. Wij helpen deze jongeren eerst inzicht te krijgen in hun eigen administratie. Daarna gaan we samen aan de slag: zorgen voor inkomsten, toeslagen aanvragen, schulden aflossen en vaardigheden ontwikkelen in het omgaan met financiën. Zodat er rust komt en ze zich weer op de dagelijkse dingen, zoals werk of opleiding, kunnen concentreren.”

4. Sociaal netwerk

Op de vierde plaats staat het ontbreken van netwerksteun. “Je wil niet weten hoeveel van deze jongeren bijna niemand hebben om op terug te vallen. Ze ervaren geen enkele steun. Komen vaak uit multiproblem-gezinnen waar geworsteld wordt met relaties, schulden, werkloosheid en psychische problemen. Het contact tussen de gezinsleden verloopt vaak moeizaam. Of ze spreken elkaar niet meer. Er zijn soms wel ouders die hun kinderen willen helpen, maar vaak niet weten hoe. Er is veel schaamte om anderen bij de problemen te betrekken. Wij proberen die netwerksteun altijd aan te spreken, maar het is lastiger dan je denkt. Buren of kennissen schrikken vaak terug voor de heftige problematiek. Daarom investeren we in ieder geval in het vergroten van de eigen kracht en het zelfredzaam maken van de jongere zelf. Soms is dat niet voldoende en moeten we een intensiever traject inzetten door een indicatie aan te vragen bij Zorg en Ondersteuning.”

5. Mentale gesteldheid

Wat tot slot veel voorkomt zijn psychische problemen en/of een licht verstandelijke beperking. “Deze jongeren hebben vaak al veel meegemaakt in hun jonge leven: een vechtscheiding, huiselijk geweld, seksueel misbruik, een overleden ouder, langdurige uithuisplaatsing etc. Een groeiend aantal jongeren is daardoor getraumatiseerd. In de adolescentenjaren gaan ze zich afvragen: waarom is mij dit overkomen? Emoties komen los: verdriet, boosheid, verzet. Ook een licht verstandelijke beperking komt veel voor. Bij deze jongeren zie je veel frustratie omdat ze overvraagd worden. Vaak zoeken ze geen hulp, omdat ze hulpverleners wantrouwen of niet voor ‘gek’ verklaard willen worden. In het reguliere hulpcircuit – met afspraken op uur en tijd – vinden ze maar moeizaam hun draai. In onze Wmo-begeleiding en bij het Jongeren Inloop Punt doen we er alles aan om die drempel zo laag mogelijk te houden. Zonder afspraak mogen jongeren binnenlopen en er wordt direct actie ondernomen om hun situatie te verbeteren.”